Hockey Session (Under 16s): Training MB1 verschillende technieken

See the guidance at the top of this page to understand why you are not seeing interactive Hockey images.

See the guidance at the top of this page to understand why you are not seeing interactive Hockey images.
Organisatie :
-3:3 in vak
-LET OP VEILIGHEID: alleen laag schieten!
-Binnen vak mag vanuit elke positie gescoord worden op doel.
-Bij elke overtreding of uitbal wordt een nieuwe bal ingespeeld: door de eigen keeper of de trainer.
-De partij waartegen gescoord wordt, wordt gewisseld door een ander 3-tal.
-Er moet binnen 2 minuten gescoord worden, anders gaat de langst spelende partij eruit.
Accenten :
-Houd stick aan de bal om deze af te schermen. Slag is een korte en snelle beweging, waarmee je de keeper verrast.
-Van te voren kijken of je kunt proberen te scoren (of je genoeg tijd hebt) of dat je moet afspelen.
Differentiatie :
+ Vak smaller.
- Vak breder.

See the guidance at the top of this page to understand why you are not seeing interactive Hockey images.
Organisatie :
-Speler A drijft met de bal en speelt de bal naar speler B met bh.
-Speler B drijft met bal cirkel in en rondt af op doel met een blow.
-Speler A sluit aan bij B en speler B sluit aan bij A.
Accenten :
-Houd stick aan de bal totdat je blow uitvoert. De blow is een korte en snelle beweging waarmee je de keeper verrast.
Differentiatie:
+ Ruimte kleiner maken - sneller handelen.
+ Tempo met bal hoger.
+ Lifttechnieken uitvoeren voor de blow.
+ Keeper uit laten komen.
- Ruimte groter maken.
- Tempo met bal lager of stilliggende bal.

See the guidance at the top of this page to understand why you are not seeing interactive Hockey images.
Organisatie :
-Speler loopt met de bal, buigt in de cirkel naar links en rondt af op doel met een laag bh schot.
Accenten :
-Je loopt recht naar het doel met de bal aan je stick.
-Je brengt de bal voor je linkervoet, terwijl je nog steeds naar het doel kijkt en je slaat met de bh op het doel.
Differentiatie :
+ Met pass van achteren aannemen en schieten (tek. 2).
+ Tempo met bal hoger.
- Dichter bij het doel.
- Tempo met bal lager.

See the guidance at the top of this page to understand why you are not seeing interactive Hockey images.
Organisatie :
-2:1, 2 ballen manden
-Aanvaller A en B staan in de cirkel en proberen middels een in-out vrijloopactie aanspeelbaar te zijn voor pass 1.
-Op het moment dat één van de twee aanspeelbaar is, wordt de pass gegeven.
-Na pass 1 lopen de aanvallers zich vrij voor pass 2.
Accenten :
-Je hebt 4 opties:
-1: scoren one touch.
-2: scoren two touch (aannemen en scoren).
-3: pass op de andere speler in één keer of na aanname.
-4: passeren van de verdediger en scoren.
Differentiatie :
+ Ruimte kleiner maken.
+ De pass de cirkel in komt na een breedtepass (tek. 2).
- Ruimte groter maken.

See the guidance at the top of this page to understand why you are not seeing interactive Hockey images.
Organisatie :
-4:3 door de as
-Speler A geeft breedtepass naar speler B.
-Verdediger F begint recht tegenover speler A.
-Speler B geeft dieptepass op speler A en doet mee, speler C en D lopen vrij in de cirkel. De aanval wordt 4:3+K uitgespeeld.
-De verdedigers proberen balbezit te krijgen en te scoren op de doeltjes tussen de pylonen a en b.
Accenten :
-Aanvallers A en B proberen verdediger F weg te passen of te passeren zodat je een 4:2 in de cirkel krijgt.
-Aanvallers C en D maken diepte en zorgen dat er een scoringspositie voor het doel is en de achterlijn bezet is.
-Je komt relatief vaak in de situatie om te schieten vanaf kop cirkel; probeer dan nog een pass te zoeken (1-2tje of assist) om dichter bij het doel te kunnen scoren.
-Speel de aanval op vol tempo.
-Omschakelen op het moment van balverlies: verdediger met de bal onder druk zetten en de passlijnen dicht.
Differentiatie :
+ 3 verdedigers in de cirkel.
- 1 verdediger in de cirkel.

See the guidance at the top of this page to understand why you are not seeing interactive Hockey images.
Organisatie :
-Positie 4, 3 ballen achter elkaar door een speler.
-Actie 1: dieptepass aanvaller B op A en schot rand cirkel.
-Pass 2: vanaf de achterlijn recht naar achteren door D, A moet in één keer schieten met de slag of flats.
-Pass 3: vanaf andere kant cirkel diagonaal aannemen en scoren m.b.v. fh slag of lage bh.
Accenten :
-Dynamische start van de scorer: bal vragen.
-Speel de bal in de ruimte waar de scorer hem vraagt niet op de man!
Differentiatie :
+ De ballen sneller achter elkaar spelen.
+ De ballen in een andere volgorde spelen.
- Meer tijd tussen elke bal.
- Zachtere bal spelen.
Play animation
Play step-by-step
Repeat (toggle)
Full Screen
Pause
Stop
Organisatie :
-4:3 in vak
-Speler A speelt één van de verdedigers aan en krijgt de bal terug; dan begint de aanval.
-Indien verdedigers in balbezit komen, proberen zij te scoren van buiten de cirkel in het doeltje op 23-meterlijn.
-Indien de aanvallers opnieuw in balbezit komen, proberen zij alsnog te scoren.
Accenten :
-Aanvallers in de cirkel zorgen ervoor dat dieptepass mogelijk is.
-Zo snel mogelijk tot een doelpoging komen.
-Houd stick aan de bal om deze af te schermen. Slag is een korte en snelle beweging, waarmee je de keeper verrast.
Differentiatie :
+ Vak smaller.
+ 3 verdedigers (4:3) (tek. 2).
- Indien verdedigers in balbezit komen, proberen zij een medespeler achter de 23-meterlijn aan te spelen. De 4 aanvallers proberen dit te voorkomen.
- Vak breder.